N° 172

De plaatsen waar ik kom zijn steevast plaatsen waar je moet aanbellen. Enkel in een helder moment, wanneer mijn hormonale huishouding me niet oplegt wat ik moet doen, sta ik stil bij het waarom van deze strategie. Ogenschijnlijk heeft het niets te maken met klederdracht noch met het voorkomen (tenminste zo wordt duidelijk eenmaal je binnen bent); en bij mijn weten is nog nooit iemand de toegang tot dit pand ontzegd geweest.

Maar wellicht is niet iedereen hier welkom, dat kan ik me voorstellen. Men wil zich vast en zeker behoeden voor invloeden van buitenaf, van de uitgroep. De soort waartoe wij daarnet nog behoorden, maar nu – al ware het een keuze – zelfs niet langer deel van willen uitmaken. In eerste plaats omdat we daar buiten niet begrepen zouden worden. Meer nog omdat woorden hier binnen geen enkel bestaansrecht hebben. Woorden hebben veelal de neiging om datgene trachten te bevatten wat niet altijd te verklaren valt of geen verklaring behoeft, waardoor ze al te vaak te kort schieten.

In deze werkelijkheid waar woorden niet van tel zijn ligt de ondubbelzinnige realiteit, drijvend op eenvoud in symbolen maar tevens onbegrijpelijk voor de buitenwereld.

3 Responses

  1. Nog nooit naar toe geweest. (terecht?) Bang van het ongekende?

  2. @Frederick: De magie ligt, denk ik, net in het onbekende en de mythevorming die rond het gebeuren an sich hangt. Enerzijds is het heel aanlokkelijk om er in mee te gaan, maar tegelijkertijd werkt het enorm afstotelijk. Kortom: niet voor elke week.

  3. ‘k Zal mijn moed eens samen rapen.

Leave a Reply